Weblog van Ron Reijsbergen, beleidsadviseur bij CNV Publieke Zaak
Vrijwel iedereen heeft in zijn werk behoefte aan enige zekerheid. Vooral na verloop van tijd of wanneer er verplichtingen zijn zoals gezin en/of huis.
In CNV verband pleiten we al geruime tijd voor een beter werkende arbeidsmarkt omdat we zien dat werkzoekenden moeilijk aan een baan komen of lang aan een flexibel lijntje worden gehouden. Ton Wilthagen (Universiteit van Tilburg) heeft er met anderen onlangs een indringend verhaal over geschreven.
Wie arbeidsmarkt zegt, roept echter ook een discussie op over de rechtspositie, het ontslagrecht en de WW. Een discussie die gauw emotioneel wordt gemaakt, geschikt voor een optreden op radio en tv. En dan is er nog het kabinet dat enorm wil bezuinigen, ook op de sociale zekerheid.
Flexibele schil
Dit jaar zullen ruim 600.000 mensen zonder werk zitten. Kwetsbare groepen zijn jongeren, oudere werklozen en in alle groepen landgenoten van allochtone afkomst. Naar schatting een derde van de werkenden zit in de zogenaamde flexibele schil die bedrijven en instellingen zich tegenwoordig veroorloven. Het aantal arbeidscontracten voor bepaalde tijd groeit waarbij het uitzicht op vast werk steeds minder wordt gerealiseerd. Er zijn de traditionele uitzendwerkers die evenmin in grote getale naar vast werk doorstromen. En dan zijn er inmiddels zeker driekwart miljoen zzp-ers. Sommigen kunnen prima voor zichzelf zorgen zoals de medisch specialisten, maar er zijn ook zelfstandigen met een laag inkomen en afhankelijk van één opdrachtgever. Tot slot zijn er minder frisse vormen van flexwerk als payrolling en contracting.
Nadelen flex
Waar van het flexibel personeel in de jaren negentig rond de 50% binnen een jaar doorstroomde naar vast werk, is dat nu rond de 20%. Flexwerk heeft vele nadelen. Flexwerkers kampen met onzekerheid. Ze krijgen tot 30% minder betaald dan vast personeel en velen merken op dat de kennis en kunde niet aansluit bij het werk. Oftewel, mensen kunnen hun capaciteiten onvoldoende gebruiken. Groeiende flexibele arbeid tast ook het draagvlak onder de CAO aan, want er wordt minder bijgedragen aan collectieve voorzieningen zoals pensioenen.
Aansluiten bij CAO
Voor hun aanpak wijzen Wilthagen en zijn medeauteurs op het normaliseren van flexwerk. Uitgangspunt daarbij is dat de vorm waarin mensen werken (vast of flex) niet bepalend mag zijn voor essentiële arbeidsvoorwaarden. Werkgevers moeten niet kunnen concurreren op basis van goedkopere contractvormen en arbeidsvoorwaarden. Vormen van flexwerk die dit bij uitstek beogen moeten we snel kwijt. Flexwerkers moeten kunnen aansluiten bij collectief geregelde voorzieningen uit de CAO. Natuurlijk loon, maar ook zaken als scholing of bemiddeling naar werk. Daarnaast moet de sociale zekerheid (werkloosheid, arbeidsongeschiktheid) voor flexwerkers beschikbaar zijn. En er moet voor deze groep een goede pensioenvoorziening beschikbaar te komen. Tot slot moet gekeken worden naar hun positie op de woningmarkt en de hypotheekverstrekking.
Gelijke positie
De oplossingsrichting is niet een gemakkelijke uitweg, maar ontkrampt in elk geval de discussie. De CNV-inzet is er op gericht dat er met de huidige bezuinigingsdrift ruimte komt voor daadwerkelijke verbeteringen op de arbeidsmarkt. Wie weet wordt het uiteindelijk met een gelijke positie van vast en flexibel personeel voor mensen met een vaste baan ook haalbaar om meer flexibel te gaan werken. Bijvoorbeeld om enerzijds elders frisse ervaring op te doen en anderzijds het opgebouwde vakmanschap buiten de eigen kring aan te wenden.
Ron Reijsbergen
Ron Reijsbergen is beleidsadviseur bij CNV Publieke Zaak. Hij houdt zich vooral bezig met sector overstijgende onderwerpen zoals pensioen, sociale zekerheid en arbeidsmarktbeleid. Goed vakbondswerk gebeurt van binnenuit. Nut en noodzaak van de bond staat voor hem als een paal boven water. Maar de kern blijft: goed om je heen kijken en je verwonderen.