Ja hoor, dat kan in sommige gevallen wel. Dit gaat dan via een EVC-traject. EVC staat voor Erkenning Verworven Competenties. Hiermee kan in kaart worden gebracht of je huidige kennis en vaardigheden voldoende zijn om je als pedagogische medewerker aan te nemen. Bezit je nog niet voldoende vaardigheden om aan de slag te gaan als pedagogisch medewerker dan kan je altijd nog worden aangenomen in de functie van pedagogisch medewerker in ontwikkeling, of pedagogisch medewerker in opleiding. Meer informatie op de volgende link: http://evcportfolio.nl/evcportfolio/fcb_2010
Wilt u meer weten? Kijk dan bij de andere antwoorden, of stel uw vraag via het contactformulier.
Je moet aan de volgende eisen voldoen:
- Je hebt een diploma op minimaal MBO-3-niveau
- of je hebt relevante werkervaring en een (buitenlands) diploma waarvan nog niet bekend is of de kwaliteit gelijk is aan de kwalificatie-eis voor de functie van pedagogisch medewerker.
- Bovendien moet de uitkomst van de ontwikkelscan of het opgestelde ontwikkelplan uitwijzen dat instroom als pedagogisch medewerker in ontwikkeling verantwoord is.
Wilt u meer weten? Kijk dan bij de andere antwoorden, of stel uw vraag via het contactformulier.
Als stagiair mag je af en toe alleen werken op de groep. Dit kan met je leerproces te maken hebben, kijken hoe zelfstandig je kan functioneren en of je verantwoordelijkheid kunt nemen. Je bent dan dus geen stagiair, maar een werknemer. Dit mag alleen incidenteel gebeuren. Dus bijvoorbeeld bij kortdurende ziektevervanging of tijdens schoolvakanties. Tijdens de uren dat je als werknemer wordt ingezet, krijg je hetzelfde salaris als een BBL-student. Je salaris is dan afhankelijk van het leerjaar waarin je zit.
Wilt u meer weten? Kijk dan bij de andere antwoorden, of stel uw vraag via het contactformulier.
Dat is verschillend, het ligt eraan in welk leerjaar je zit. In het eerste en tweede leerjaar loopt je inzetbaarheid op van 0 tot 100 procent. Dit is niet willekeurig, maar wordt vastgesteld op advies van je opleidings- en praktijkbegeleider. Het mag dan ook niet willekeurig ingezet worden, maar moet afgestemd zijn op wat je aan kunt en wat passend is in het leerproces waarin je zit. Dus iedere verandering hierin wordt afgestemd met advies van je opleidings- en praktijkbegeleider.
Wilt u meer weten? Kijk dan bij de andere antwoorden, of stel uw vraag via het contactformulier.
Ja. Als BOL-stagiaire heb je recht op een stagevergoeding van 40 euro per dag, met een maximum van 160 euro per maand. Ook stagiaires die stage lopen in het kader van hun HBO-opleiding hebben recht op deze vergoeding.
Wilt u meer weten? Kijk dan bij de andere antwoorden, of stel uw vraag via het contactformulier.
Het is mogelijk om samen met je werkgever een Persoonlijk Ontwikkelings Plan (POP) op te stellen. Zo’n POP is een 'ontwikkelingscontract' tussen jou en de werkgever, om je kansen te bieden je verder te ontwikkelen. Hierin kun je aangeven welke doelen je voor ogen hebt om jezelf te ontwikkelen. Deze doelen kunnen voor de korte termijn zijn, maar ook kan je doelen voor een langere termijn bespreken. Hierin kun je je carrièrewensen voor de toekomst aangeven. Samen met werkgever kun je een scholingstraject opstellen, waarin je je kennis en vaardigheden vergroot om je doel te bereiken. In de CAO is afgesproken dat er binnen de kinderopvang meer mogelijkheden komen om door te groeien. Daarom zijn er naast de bestaande functies in schaal 6 nieuwe functies (pedagogisch medewerker) in schaal 7 en 8 gecreëerd, zoals pedagogisch specialist en kwaliteitsmedewerker.
Wilt u meer weten? Kijk dan bij de andere antwoorden, of stel uw vraag via het contactformulier.
Wanneer de meerderheid van het personeel hierom verzoekt is de werkgever dat ook verplicht. Werk je in de sector kinderopvang, dan is hiervoor een regeling getroffen in de CAO. Er is dus geen meerderheid van het personeel nodig om dit in te voeren. In sommige CAO’s is echter geregeld dat er bij minder dan 50 werknemers een OR verplicht is. Zo staat er bijvoorbeeld in de CAO Jeugdzorg en in de CAO Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening, dat een OR vanaf 35 werknemers al verplicht is. Het is dus belangrijk om altijd de nieuwe CAO in de gaten te houden om te kijken of er veranderingen zijn opgetreden.
Wilt u meer weten? Kijk dan bij de andere antwoorden, of stel uw vraag via het contactformulier.
Nee. OR-leden vertegenwoordigen de werknemers. Deze hebben altijd het recht de OR-leden te kiezen. Zie hiervoor artikel 6 WOR.
Wilt u meer weten? Kijk dan bij de andere antwoorden, of stel uw vraag via het contactformulier.
Dat kan op verschillende manieren. Doordat de voorzitters van de OR’en regelmatig afstemmingsoverleg hebben en door het instellen van een gezamenlijke voorbereidingscommissie van beide OR’en. Ook is het mogelijk een platform in te stellen, waarin leden van beide OR’en zitting hebben. Dat platform kan namens de twee (of meer) OR’en het overleg voeren met de bestuurders, maar dat hoeft niet. Een platform kan puur ter afstemming zijn, waarbij alle betrokken OR’en hun bevoegdheden behouden.
Wilt u meer weten? Kijk dan bij de andere antwoorden, of stel uw vraag via het contactformulier.
In het reglement van de OR staat geregeld hoe de OR-verkiezingen moeten worden georganiseerd. De organisatie van de verkiezingen kan de OR toebedelen aan een verkiezingscommissie.
Wilt u meer weten? Kijk dan bij de andere antwoorden, of stel uw vraag via het contactformulier.
De ondernemer is verantwoordelijk voor het oprichten van een ondernemingsraad. Die moet het proces in werking zetten en zorgen dat de stappen naar het opstellen van een voorlopig reglement en de eerste verkiezingen gezet worden. Hij kan daarvoor een verkiezingscommissie aanstellen, maar blijft wel verantwoordelijk totdat de eerste ondernemingsraad is gekozen. De verplichting tot een OR geldt vanaf 50 werknemers, onder dat aantal mag het wel, maar dan is het niet verplicht.
Wilt u meer weten? Kijk dan bij de andere antwoorden, of stel uw vraag via het contactformulier.
1. Opstellen van een voorlopig reglement: onder verantwoordelijkheid van de ondernemer wordt een voorlopig reglement voor de ondernemingsraad opgesteld.
2. Verkiezingen: in een periode van 13 weken worden verkiezingen gehouden volgens de in het voorlopig reglement vastgelegde verkiezingsprocedure. De betrokken vakorganisaties worden eerst in de gelegenheid gesteld kandidaten te leveren, vervolgens kunnen onafhankelijke kandidaten zich melden. Na de stemming zelf kan de OR worden geïnstalleerd. Wanneer de OR in functie is, zal de ondernemer moeten zorgen voor alle wettelijk bepaalde faciliteiten (tijd, geld, voorzieningen) die de OR voor zijn functioneren nodig heeft.
Wilt u meer weten? Kijk dan bij de andere antwoorden, of stel uw vraag via het contactformulier.